Toegankelijkheid

Innovaties werken pas als ze bij de patiënt komen. In Nederland is het de toepassing van medische hulpmiddelen en technologie geen vanzelfsprekendheid. Opname in het basispakket voor diegenen die baat hebben bij die innovatie, is vaak een lange weg. Daarna is het nog de vraag hoe de patiënt het hulpmiddel vergoed krijgt, of het wordt voorgeschreven, of het is ingekocht en of de zorgverlener reëel wordt bekostigd voor de toepassing ervan. Pas als dat goed is geregeld, kan een innovatie maatschappelijk renderen.

Prioriteiten om samen met ketenpartijen op te pakken


  • Pakketbeoordeling van innovaties op basis van ‘total cost of care’.
  • Voorwaardelijke pakkettoelating met heldere procedures, transparante criteria, korte doorlooptijd en meerdere aanvraagmomenten per jaar.
  • Mogelijkheden voor stapsgewijze (incrementele) innovatie versterken.
  • In brede samenwerking met veldpartijen het functioneringsgericht voorschrijven verankeren in beleid en praktijk.
  • Reëel inkoop-, vergoedings- en bekostigingsbeleid voor medische innovaties

→ Lees de achtergronden in de brief van Nefemed aan de Tweede Kamer (11.06.2024)

Beoordeling van innovaties voor het basispakket

Om innovaties bereikbaar te maken en te houden, is het belangrijk dat er bij de beoordeling voor pakkettoelating een gezamenlijk gedragen totaalbeeld is van kosten en baten van specifieke medische hulpmiddelen en technologie. Een maatschappelijke kosten/baten-analyse met inbegrip van de sociale, ecologische en economische effecten.

Bij het inzichtelijk maken van de ‘total cost of care’ van een zorg- of chronisch ziektepad moeten dus óók de ‘plussen’, de (behandel-) vervangingen, (arbeids-) besparingen en nieuwe (maatschappelijke) mogelijkheden, te worden meegenomen. 

Voor de pakketbeoordeling is eveneens het gestructureerd en gevalideerd bijhouden van Patient Reported Outcome Measures (PROMS) of uitkomstmaten van zorg van belang

In opdracht van het ministerie van VWS heeft onderzoeksbureau NHM in 2024 een Analyse van de extramurale hulpmiddelenmarkt gemaakt. Daarin kwamen twee hoofdvragen aan bod: Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen van de afgelopen vijf jaar en voor de toekomst op het gebied van de extramurale hulpmiddelenmarkt (Zvw)? en Wat zijn vanuit deze ontwikkelingen de gevolgen voor het aanbod, de kwaliteit en betaalbaarheid van de extramurale hulpmiddelen (Zvw)?
 
Op basis van deze analyse adviseert onderzoeksbureau NHM de minister om met álle veldpartijen, overheden en toezichthouders te komen tot een gezamenlijk beeld van toekomstbestendige hulpmiddelenzorg. Minister Dijkstra wil dit advies volgen, zo gaf zij in april 2024 aan in haar brief aan de Tweede Kamer. Dit is weer een stap naar betere toegankelijkheid van medische hulpmiddelen en technologie. Zonder reëel inkoop-, vergoedings- en bekostigingsbeleid van alle betrokkenen uiteindelijk géén toegankelijkheid van innovatieve medische hulpmiddelen en technologie. Dit zal dus een cruciaal onderdeel zijn van de toekomstbestendige hulpmiddelenzorg.

Voorwaardelijke toelating tot het basispakket

Uitgangspunt van de Zorgverzekeringswet (Zvw) is dat alleen zorg die voldoet aan ‘de stand van de wetenschap en praktijk’ en ‘doelmatig’ is uit het basispakket vergoed mag worden. Een Europese handelsvergunning met alle kwaliteits- en veiligheidseisen volstaat niet voor toelating tot het basispakket.

Sinds 1 februari 2019 vervangt de Subsidieregeling veelbelovende zorg het in 2012 geïntroduceerde Instrument voorwaardelijke toelating (VT). Zo krijgt de verzekerde aanspraak op deze zorg. Voorwaarde is wel dat de verzekerde deel moet nemen aan onderzoek om in aanmerking te komen voor vergoeding van de zorg. In dit onderzoek worden gegevens verzameld over de effectiviteit en de kosteneffectiviteit van de voorwaardelijk toegelaten zorg.

Nefemed vindt het van belang dat veelbelovende, innovatieve interventies toegankelijk worden gemaakt voor patiënten en zorgverleners. Een regeling voor voorwaardelijke toelating is gebaat bij een heldere procedure met transparante criteria, een korte doorlooptijd en flexibiliteit door bijvoorbeeld meerdere aanvraagmomenten per jaar.

Daarbij is het belangrijk om de mogelijkheid tot verdere (incrementele) innovatie te behouden. Bij medische hulpmiddelen gaat het vaak om kleine, snelle innovaties op bestaande producten.

Zie voor meer achtergronden:

Overzicht ZonMw programma’s:

Samenwerken voor toegankelijkheid

Begin 2015 kreeg de Tweede Kamer signalen dat zorgverzekeraars bij de beslissing over hulpmiddelen te weinig rekening hielden met de problemen van de patiënt. Te weinig maatwerk en teveel eenheidsworst bij het verstrekken van hulpmiddelen. De Kamer drong aan op actie. Daarop kreeg ZonMw de opdracht onderzoek uit te voeren naar de ervaren kwaliteit van de hulpmiddelenzorg: Verkenning extramurale hulpmiddelen; met aanspraak op basis van de zorgverzekeringswet en hulpmiddelen voor diabetes, incontinentie en stoma als voorbeeld.

Naar aanleiding van de verbeterpunten uit dit onderzoek is in 2016 is het Bestuurlijk Overleg Hulpmiddelen ingesteld, met vertegenwoordigers van patiënten, verpleegkundigen, behandelaren, apothekers, producenten, leveranciers, zorgverzekeraars, de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en het Zorginstituut.

Een jaar later presenteerde het BOH het Generiek Kwaliteitskader Hulpmiddelen plus 3 specifieke modules voor stoma, continentie en diabetes. De modules zijn in 2021 uitgebreid met prothesezorg en in 2023 met compressiehulpmiddelenzorg.

 
Hiermee werd voor iedereen inzichtelijk wat goede hulpmiddelenzorg is. Kern hierbij is dat het hulpmiddel moet passen bij de behoeften van de patiënt. Naast de fysieke beperking dient ook rekening gehouden worden met iemands dagelijks leven, zoals werk, sport en andere activiteiten. Uitgangspunt is: elke patiënt moet het hulpmiddel krijgen dat het beste past bij zijn of haar persoonlijke situatie. Dus vraaggericht, waarbij kwaliteit en maatwerk voorop staan. “Eenvoudig waar het kan, specifiek waar het nodig is,” concludeerde het BOH.

De modules en het Generiek Kwaliteitskader Hulpmiddelenzorg zijn opgenomen in het Register van Zorginstituut Nederland. Dit openbare register, Zorginzicht, geeft aan wat zorgaanbieders, cliënten en zorgverzekeraars hebben afgesproken over wat goede en verantwoorde zorg is. Zorgverzekeraars zullen daar bij de inkoop gebruik van maken en patiënten kunnen hun zorgverzekeraar hierop ook aanspreken, zo is afgesproken.

Functioneringsgericht voorschrijven

In de Kamerbrief bestuurlijk overleg hulpmiddelen (juni 2017) bekrachtigde minister Schippers   het uitgangspunt van Functioneringsgericht voorschrijven, dat door alle deelnemers aan het Bestuurlijk Overleg Hulpmiddelen - vertegenwoordigers van patiënten, verpleegkundigen, behandelaren, apothekers, producenten, leveranciers, zorgverzekeraars, de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en het Zorginstituut – was geïntroduceerd.  

“In de hiervoor genoemde kwaliteitsstandaarden is onder meer vastgelegd dat bij het voorschrijven van een geschikt hulpmiddel wordt uitgegaan van ‘functioneringsgericht’ voorschrijven. ‘Functioneringsgericht’ betekent dat bij het bepalen van de benodigde functionaliteiten van een hulpmiddel, rekening wordt gehouden met de specifieke stoornis, beperkingen én participatieproblemen van de persoon die een hulpmiddel nodig heeft, zodat maatwerk kan worden geboden. Bovendien is bepaald dat het proces van voorschrijven transparant en doelmatig is en er een brede keuze is voor de cliënt. Hiermee ben ik tegemoetgekomen aan de motie Bouwmeester.

Dit was een grote (eerste) stap voor een betere toegankelijkheid van medische hulpmiddelen en technologie. In december 2021 heeft het Bestuurlijk Overleg Hulpmiddelen twee onderzoeksvragen uitgezet bij organisatieadviesbureau Common Eye. De ene vraag had betrekking op de toekomstige organisatie en governance van de samenwerking rondom hulpmiddelenzorg; de andere op duurzame financiering van de hulpmiddelenzorg. De Eindrapportage Verbeteren samenwerking binnen de Hulpmiddelenzorg en de Bijlagen Samenwerking Hulpmiddelenzorg geven daarin nader inzicht.

Stichting Kwaliteitsraad Hulpmiddelen en Zorg

In 2024 is de Stichting Kwaliteitsraad Hulpmiddelen en Zorg (KHZ) van start gegaan, de opvolging van het Bestuurlijk Overleg Hulpmiddelen. KHZ is opgericht om een strategische agenda voor de toekomst op te stellen en de balans tussen kwaliteit, toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van hulpmiddelen te borgen. Binnen KHZ streven hulpmiddelengebruikers, zorgprofessionals, zorgverzekeraars, zorgaanbieders/ leveranciers en fabrikanten er samen naar de levenskwaliteit van degenen die op een hulpmiddel zijn aangewezen op een duurzame wijze te verbeteren. Stond het BOH onder voorzitterschap van VWS; KHZ heeft een onafhankelijke voorzitter.

Tijdens het commissiedebat Hulp- en geneesmiddelenbeleid (mei 2024) gaf minister Dijkstra een verder inzicht in de activiteiten en het belang van de Kwaliteitsraad: “Patiënten moeten de zorg krijgen waar ze recht op hebben. Verzekeraars moeten dat passend organiseren en de NZa houdt toezicht. Op dit moment zijn de betrokken partijen allemaal met elkaar in gesprek over hoe dat beter georganiseerd kan worden. De Kwaliteitsraad begeleidt dit gesprek en dat komt ook in dat signalement van ongeveer 1 juli aan de orde. Daarin wordt ook gefocust op de duurzaamheid van hulpmiddelen en daarbij hoort toch ook verspilling.”
 Stichting Kwaliteitsraad Hulpmiddelen en Zorg

Hulpmiddelenwijzer

De weg naar een hulpmiddel of andere oplossing bestaat uit een aantal stappen. Kennisorganisatie Vilans heeft een Hulpmiddelenwijzer gemaakt die die stappen inzichtelijk maakt: hoe te beginnen, waar hulpmiddelen te vinden; hoe te kiezen, of het vergoed wordt, en hoe en waar hulpmiddelen te verkrijgen zijn.